Heeft insectenbestrijding invloed op mezensterfte?

Ieder broedseizoen ontvangen Velt vzw en Vogelbescherming Vlaanderen meldingen van mislukte broedpogingen van mezen. Een, meerdere of alle jongen liggen dood in het nest. Wat is er gebeurd? Soms wordt een link gelegd met een buur die enkele dagen ervoor pesticiden gespoten heeft. Stierven de jongen doordat ze vergiftigde rupsen aten? In 2018 ontvingen we hierover meer meldingen dan anders. Had de bestrijding van de buxusmot hier iets mee te maken?

Natuurlijke sterfte

Het is volkomen natuurlijk dat er mezenjongen sterven in het nest. Mezen leggen gemiddeld 6 à 8 eieren maar dit kan oplopen tot 12 en meer. Als het ouderkoppel in goede conditie is, in combinatie met goede weersomstandigheden en voldoende voedsel, is de kans reëel dat alle jongen kunnen uitvliegen. Enkele dagen regenweer waardoor er minder rupsen gevonden worden of een slechte timing tussen het uitkomen van de eieren en de rupsenpiek zorgen er al snel voor dat de zwakste jongen afvallen. Soms valt één van beide partners door ten prooi of vliegt ze tegen een auto. In dit geval bestaat de kans dat de andere ouder het nest in de steek laat.

Uiteraard zorgen ook infecties of parasieten voor sterfte in het nest. Er zijn ook vele dieren die de jonge vogels wel kunnen smaken: katten, eekhoorns, spechten en eksters. Dit is altijd een risico. Al deze factoren zijn ingecalculeerd in de voortplantingsstrategie van mezen. Je krijgt zoveel mogelijk nakomelingen waarvan er op het einde van de rit een enkele de volwassen leeftijd haalt en zich voortplant: missie geslaagd.

Foto: Losonsky


Rupsen, mag het meer zijn?

Voldoende, kwalitatief voedsel blijft een van de belangrijkste factoren voor een succesvolle broedpoging. Jonge mezen krijgen hoofdzakelijk een dieet van rupsen aangevuld met andere ongewervelde diertjes. Dit dierlijk voedsel met hoge voedingswaarde, boordevol eiwitten is levensnoodzakelijk voor de jongen. Het verteringsproces van plantaardige materialen (zaden, nootjes) verloopt in het jonge mezenmaagje heel traag waardoor ze onvoldoende voedingsstoffen opnemen. In zaden zit verhoudingsgewijs ook minder water dan in dierlijk voedsel. Dit vocht is belangrijk aangezien de mezen niet kunnen drinken in het nest.

Een jonge mees eet gemiddeld 50 tot 70 rupsen per dag. Voordat ze uitvliegen, heeft een nest van 8 jongen minimum 6000 tot 8400 rupsen opgegeten. Indien deze rupsen afkomstig zijn van planten die behandeld werden door allerhande pesticiden (bv. in functie van de buxusmotbestrijding) komen de jonge mezen indirect in contact met deze gifstoffen. Tot nu toe is er nauwelijks iets geweten over de invloed van deze pesticiden op de ontwikkeling van nestjongen. Vanaf welke concentraties zijn de stoffen lethaal. Hebben kleine concentraties pesticiden invloed op het immuunsysteem van de jonge vogels? Of verhinderen ze bepaalde groeiprocessen? Eerst en vooral moeten we dus weten of de pesticiden al dan niet aanwezig zijn in het lichaam van de nestjongen.

Foto: Gajus

Pesticiden, moet het minder zijn?

In 2018 voerden het Centrum voor Landbouw en Milieu en het Nederlands Instituut voor Ecologie een verkennende studie op de invloed van pesticiden op jonge mezen . Ze onderzochten mezen die stierven in de nestkast waarbij in de nabije omgeving buxusmotten werden bestreden. Hoewel ze over slechts 10 stalen beschikten (vijf stalen uit stedelijk gebied en vijf uit een bosrijk gebied) werden sporen van 14 verschillende soorten pesticiden teruggevonden.

Tussen deze stoffen werd zelfs DTT teruggevonden. DDT werd al sinds 1973-1974 verboden in Nederland en België wegens de grote schadelijkheid voor mens en dier. Het is dus hoog tijd om te weten te komen of onze geliefde tuinvogels ook in België ongewild deze smeerlapperij meekrijgen met de papfles.

Foto: François De Heel

Laat jouw mezen onderzoeken

Heb jij een nestkast in de tuin waarbij het aanvliegen van voedsel voor de jongen van de ene dag op de andere stopt? Zijn alle jongen gestorven? Doe dan het volgende:

  • Stop de kool- of pimpelmees (of meerdere mezen) in een plastic zakje.
  • Maak een briefje met daarop de datum waarop je de mees (of mezen) vond, de soort (kool- of pimpelmees), je adres, telefoonnummer en e-mailadres.
  • Steek het zakje met de dode mees (of mezen) en het briefje in een tweede zakje. En bewaar het vervolgens in je diepvries.
  • Deel via dit formulier je gegevens met ons.

Wij nemen contact met je op voor de ophaling van de dode mees (of mezen). Dit zal gebeuren vóór 30 juni. Wij bezorgen alles aan een labo, waar de mogelijke aanwezigheid van pesticiden zal onderzocht worden.